De kaart als laagjescake opbouwen

door Maarten Lambrechts

Bijna alle tools om kaarten te maken met een grafische gebruikersinterface gebruiken kaartlagen om de inhoud van de kaart te beheren. De bron van die lagen kan heel verschillend zijn: ze kunnen van je lokale computer komen of uit een externe bron, en ze kunnen rasters of vectorlagen bevatten. Maar elke laag heeft zijn eigen instellingen en styling, kan worden in- of uitgeschakeld en kan omhoog of omlaag worden verplaatst in de stapel met kaartlagen. Kaartlagen zijn dus de bouwstenen van een kaart.

Lagen zijn de onderdelen van de kaart waarop de kaartstijl wordt bepaald. Een rasterbestand met hoogtegegevens kan bijvoorbeeld zo worden ingesteld dat hoogteverschillen als verschillende kleuren of als reliëfschaduw worden weergegeven. Een vectorbestand met het verloop van rivieren kan worden gestyled met eenvoudige blauwe lijnen, of de breedte van riviersegmenten op de kaart kan afhangen van de stroomsnelheid van dat deel van de rivier, als die data beschikbaar is.

De styling van een kaart wordt dus bepaald op het niveau van de kaartlaag. Maar lagen zijn meer dan alleen styling: niet alle kaartlagen zijn hetzelfde.

Basislagen helpen de kaartlezer om zich beter te oriënteren: belangrijke wegen, omtrekken van gebouwen en administratieve grenzen geven context aan de andere kaartlagen. Basislagen vormen dus het canvas waarop andere lagen worden toegevoegd.

Thematische lagen tonen de inhoudelijke informatie van de kaart. Daarin vind je bijvoorbeeld points of interest (zoals de locatie van winkels of toeristische attracties), live verkeersinformatie, overstroomde zones in een stad, statistische informatie (zoals bevolkingsdichtheid) of een ‘Je bent hier’-marker. Deze lagen zijn belangrijker dan de basislagen, omdat ze de informatie bevatten waarvoor de kaart in de eerste plaats is gemaakt.

Een speciaal type laag is de tekstlabel-laag. Die bevat de namen van objecten in een kaartlaag. Een labellaag is dus gekoppeld aan een basislaag of aan een thematische laag.

Lagen stapelen

Om een kaart op te bouwen, moeten lagen boven op elkaar worden gestapeld. De belangrijkste lagen moeten het best zichtbaar zijn, dus die horen bovenaan in de stapel kaartlagen. Dat betekent dat thematische lagen boven de basislagen moeten staan: je wilt niet dat elementen die alleen bedoeld zijn om context te geven de belangrijkste onderdelen van de kaart verbergen.

Labellagen nemen hierin een bijzondere plek in. Ook als ze gekoppeld zijn aan een basislaag (zoals straten in een stad), heeft het weinig zin om ze laag in de stapel te zetten. Dat leidt namelijk tot afgekapt weergegeven labels, wat niet echt helpt voor lezers en de kaart rommelig maakt.

Bij het stapelen van lagen moet je ook rekening houden met het type objecten in elke laag. Puntobjecten zijn klein, dus als ze zichtbaar moeten zijn op de kaart, is het vaak een goed idee om ze boven lijnen en polygonen te plaatsen. Op dezelfde manier moeten lijnen in de meeste gevallen boven polygonen worden gestapeld.

Tot slot is het slim om ook na te denken over de manier waarop objecten in de werkelijkheid voorkomen. Objecten die zich in de realiteit op grotere hoogte bevinden (zoals vliegroutes van vliegtuigen, wolken, …) horen waarschijnlijk ook hoger in de lagenstapel, terwijl een thematische laag met ondergrondse objecten beter lager in de stapel staat (tenzij het natuurlijk een belangrijke thematische laag is).

Lagen overvloeien

In plaats van onderliggende lagen volledig te bedekken en te verbergen, kun je lagen ook in elkaar laten overvloeien door een bepaalde mate van transparantie toe te passen op de bovenste laag. De eenvoudigste manier is om een laag deels transparant te maken, zodat onderliggende lagen erdoorheen zichtbaar worden.

Lagen kunnen op veel manieren met elkaar interageren wanneer transparantie op een laag wordt toegepast.  Deze verschillende manieren van overvloeien worden blend modes genoemd. Hieronder staan de meest voorkomende.

Normal blend mode laat de onderliggende laag door de bovenste laag heen zichtbaar worden. Het is een heel eenvoudige blend mode, maar die heeft één nadeel: lagen ogen fletser en kleuren lijken minder krachtig.

Multiply blend mode is een oplossing voor dit probleem. Met multiply blend mode behouden de kleuren in beide lagen hun volle intensiteit. De resulterende kleuren zijn altijd donkerder dan de kleuren van beide gemengde lagen.

Screen blend mode is het tegenovergestelde van multiply blend mode: de resulterende kleuren zijn altijd helderder dan de kleuren van de gemengde lagen. Dit kan handig zijn als je lagen mengt boven op donkere basislagen.

De laagjescake bakken

Stel jezelf bij het maken van een kaart de volgende vragen om de ingrediënten van je kaart te bepalen:

  • Wat wil ik met deze kaart laten zien? Het antwoord op die vraag bepaalt de thematische lagen van je kaart.
  • Welke andere informatie is relevant voor het onderwerp? Het antwoord op die vraag bepaalt de minder belangrijke kaartlagen.
  • Welke informatie kan de kaartlezer helpen om meer context te krijgen? Het antwoord op die vraag bepaalt de basislagen.

Onthoud dat het toevoegen van een nieuwe laag aan een kaart niet vrijblijvend is: elke nieuwe laag vraagt aandacht van de lezer, werkt samen met andere lagen en maakt de kaart drukker. Denk dus eerst goed na voordat je een nieuwe laag toevoegt, of de kaart die laag echt nodig heeft. Probeer eens een paar lagen in je kaart uit te schakelen om te zien of dat een beter of slechter resultaat geeft.

Net als bij het bakken van een cake bepalen de ingrediënten van een kaart en de volgorde waarin je ze toevoegt de kwaliteit van het eindresultaat. Zorg er dus voor dat je lagen goed gestapeld zijn: labels bovenaan, daaronder thematische lagen en onderaan de basislagen. En daarna kun je met wat blending tussen lagen de finishing touch toevoegen.

This content is available in English

Would you like to switch?

Diese Inhalte gibt's auch auf Deutsch

Möchtest du wechseln?

Contenu disponible en français

Changer de langue ?

Esta página está disponible en español

¿Te gustaría cambiar?

Deze pagina is ook beschikbaar in het Nederlands

Zullen we je doorverwijzen?